chemischewerke-diego-cinquegrana-logo-variante-1

Music Review

JOSQUIN THE UNDEAD

De Stem. Zij is het instrument dat mij het meest fascineert. De kiem voor die fascinatie werd gelegd door mijn kennismaking met het werk van de Grieks-Amerikaanse zangeres Diamanda Galas. Ik was een tiener en ontdekte De Stem. Het lichaam als unieke klankkast en de trillingen van twee stembanden als directe bron van Emotie. Hoe muziek kan gemaakt worden zonder nood aan een ander instrument: de puurheid ervan heeft mij altijd aangetrokken. Van de avant-garde zang van Galas, Meredith Monk, Sainkho Namtchylak, David Hykes, David Moss, Fatima Miranda, Christian Wolz, etc.… ging mijn aandacht – doorheen de jaren – steeds meer naar de klassiek wereld.

Het is 15 februari 2017 en ik zit in de Sint-Machariuskerk te Gent voor een concert van Graindelavoix. Het is de eerste maal dat ik hen live zal horen. Op het programma: cypriotische vespers, geschreven door Jean Hanelle (c. 1380-c. 1436). We zitten als publiek rondom een tijdelijk geïnstalleerd podium, temidden van de kerk. Daarop staan, in een grote cirkel, enkele hoge staanders waaraan lichten bungelen. Het heeft, in zijn eenvoud, iets zeer ritueel en mystiek. Nog voor er één noot klinkt, voel ik mij gepriviligeerd erbij te zijn. Er Staat Iets Te Gebeuren.

De lichten gaan uit. Het is schemerdonker. De typische stilte voorafgaand een concert, vol verwachting, nestelt zich in de ruimte. Ik hoor gedempte stappen links achter mij en zie dat er een lamp aangaat. Zanger Razek-François Bitar opent a cappella het concert met ‘Arsala’llah’. Instant zit ik in een andere wereld, in een andere Tijd. Ik ervaar verstilling om zoveel Schoonheid, in al zijn eenvoud. Er is de warme en mysterieus klinkende stem, er zijn de woorden die ik niet begrijp maar me wel raken en de veelzeggende stiltes ertussen met hun nagalm. Graindelavoix wist me stevig vast te grijpen en mee te nemen naar hun eigen wereld vol stemmenpracht.

De naam voor dit multidisciplinair gezelschap uit Antwerpen komt uit een essay van Roland Barthes: “…le grain, c’est le corps dans la voix qui chante, dans la main qui écrit, dans le membre qui exécute…”. Graindelavoix wil via hun vocaal werk op zoek gaan naar deze ‘korrel’: als fysieke en spirituele weerspiegeling van de Stem. Het collectief werd opgericht in 1999 door bezieler en artistiek leider Björn Schmelzer (antropoloog, musicoloog, autodidact) en geniet ondertussen internationale erkenning. Focus van het vocale werk blijft het oude repertoire. Schmelzer richt zijn blik vooral op de mediterrane wereld (Zuid-Italië, Sardinië, Sicilië, Spanje, Portugal en Marokko), waar tevens de wortels liggen voor de middeleeuwse vocale tradities van het Westen (m.n. het Gregoriaans).

In 2021 was het 500 jaar geleden dat Josquin des Prez (c. 1450-1521) overleed. Hij was één van de belangrijkste componisten uit de renaissance en lid van de Franco-Vlaamse School. Deze stroming (14de tot 16de eeuw) wordt gekenmerkt door polyfone vocale muziek, als opvolger van het Gregoriaans. Dat Graindelavoix een album zou wijden aan deze grootmeester leek in de sterren geschreven. Dat het album er überhaupt zou komen, bleek niet evident in moeilijke coronatijden. Maar ze slaagden alsnog in hun opzet en ‘Josquin, The Undead’ kon in juni 2021 in het Italiaanse Banna (Poirino) opgenomen worden. Op 25 september 2021 vond het Belgisch debuutoptreden plaats en mocht ik mezelf onderdompelen in de wereld van Desprez (zijn naam heeft geen uniforme schrijfwijze).

Even een stap terug zetten. ‘Josquin, the Undead’: waarom ‘the Undead’? Desprez leefde ten tijde van de uitvinding van de boekdrukkunst. Zijn muzikaal werk was populair en viel daardoor ten prooi aan malafide uitgevers die subtiele wijzigingen aanbrachten of zelfs eigen composities onder zijn naam verdeelden. In 1540 werd al gezegd dat Josquin na zijn dood meer composities schreef dan tijdens zijn leven. En het klopt dat er dus veel voer voor musicologen is om na te gaan wélke manuscripten, al dan niet onterecht ondertekend met zijn naam, werkelijk van Desprez zijn. Daarnaast is er ook de fascinatie van de componist voor de dood, althans in zijn later werk en vooral de chansons – de focus van dit album. Ze kreeg dan ook de ondertitel mee: ‘Laments, deplorations and dances of death’.

Terug naar Gent en de concertzaal van de Bijloke waar het optreden deze keer plaatsvond. Ondanks de recente renovatie, de verbeterde akoestiek van de zaal en het historisch kader van de site vond ik het jammer niet opnieuw in een kerk te zitten. Gelukkig had ik een goede zitplaats dichtbij het podium. Het zorgde ervoor dat ik ook nu weer tijdsbesef verloor en werd weggezogen naar Lang Vervlogen Tijden. Het golvende karakter van de vervlochten melodieën werd visueel zichtbaar door de verstilde choreografie die ik op het podium zag. Zangers die meewiegen, door de knieën gaan, naar voor en achter bewegen, de map vol liedteksten dynamisch laten meebewegen,… Hoe heerlijk om die intensiteit zo te zien én te horen.

Hun laatste nummer hadden ze goed gekozen: de Totentanz of Dance Macabre ‘Petite Camusette’. Het gaat over het jonge koppel Robin en Marion die, tijdens een wandeling in het bos, achtervolgd worden door de Dood (‘Camusette’ of ‘Camuse’, als personificatie ervan). Het lied duurt amper 2:20 maar zit vol canons waarvan de melodieën zich als oorwurmen in het hoofd nestelen. Enkele dagen na het concert blijkt Desprez zijn bijnaam als ondode alle eer aan te doen gezien ik dat bisnummer maar niet uit mijn hoofd krijg.

JOSQUIN THE UNDEAD

/. English version

The Voice. It is the instrument that fascinates me most. The origin of that fascination was laid by my introduction to the work of the Greek-American singer Diamanda Galas. I was a teenager and discovered the Voice. The body as a unique sound box and the vibrations of two vocal cords as a direct source of Emotion. How music can be made without the need for another instrument or tool: that simplicity and purity has always intrigued me. From the avant-garde singing of Galas, Meredith Monk, Sainkho Namtchylak, David Hykes, David Moss, Fatima Miranda, Christian Wolz, etc.… my interest went – over the years – increasingly to the classical world.

It is February 15, 2017 and I am in the Sint-Macharius church in Ghent for a concert by Graindelavoix. It’s the first time I’ll hear them live. On the program: cypriot vespers, written by Jean Hanelle (c.1380-c.1436). We sit as an audience around a temporarily installed stage, in the middle of the church. There are, in a large circle, a few high stands on which lights are hanging. It has, in its simplicity, something very ritual and mystic. Even before one note sounds, I feel privileged to be there. Something Is About To Happen.

The lights go out. The typical silence before a concert, full of expectation, fills the church. I hear muted steps behind me on the left and see that a lamp starts to shine. Singer Razek-François Bitar opens the concert a cappella with ‘Arsala’llah’. I’m instantly in another world, in another Era. I experience an intense sense of Beauty, in all its simplicity. There is the warm and mysterious sounding voice, there are the words that I don’t understand, but nonetheless touch me and the telling silence in between – with its reverberation. Graindelavoix managed to grasp me firmly and take me to their own wonderful world of voice splendor.

The name for this multidisciplinary ensemble from Antwerp comes from an essay by Roland Barthes: “…le grain, c’est le corps dans la voix qui chante, dans la main qui écrit, dans le membre qui exécute…”. Through their vocal work, Graindelavoix wants to look for this ‘grain’: as a physical and spiritual reflection of the Voice. The group was founded in 1999 by artistic leader Björn Schmelzer (anthropologist, musicologist, autodidact) and received international recognition. The focus of their vocal work remains the old repertoire. Schmelzer examined the vocal techniques and uses of that music in the Mediterranean world (southern Italy, Sardinia, Sicily, Spain, Portugal and Morocco), where also the roots lie for the medieval vocal traditions of the West (in particular the Gregorian chant).

Last year 500 years passed since Josquin des Prez (c.1450-1521) died. He was one of the most important Renaissance composers and member of the Franco-Flemish School. This movement (14th to 16th century) is characterized by polyphonic vocal music, as a successor to the Gregorian chant. That Graindelavoix would dedicate an album to this great composer seemed to be written in the stars. The fact that the album could be released at all, was not obvious during difficult coronatimes. Nonetheless they succeeded in that plan and ‘Josquin, the Undead’ was able to be recorded in Italy, Banna (Poirino) in June 2021. On September 25, 2021, the Belgian debut performance took place and I was allowed to immerse myself in the world of Desprez (his name does not have a uniform way of writing).

Let’s take one step back. ‘Josquin, the Undead’, why ‘the Undead’? Desprez lived at the time of the invention of the printing press. His musical work was popular and was therefore prey to malafide publishers who made subtle changes or even wrote new compositions and signed it with ‘Des prez’. In 1540 it was said that after his death Josquin wrote more compositions than during his life. And it is true that there is a lot of work for musicologists to look at these manuscripts and find out which ones are originally composed by Desprez and which ones aren’t. In addition, there is also the fascination of the composer for Death, at least in his later work and especially in his chansons – which forms the focus of this album. It has the subtitle: ‘Laments, deplorations  and dances of death’.

Back to Ghent and the concert hall of the Bijloke, where the performance took place this time. Despite the recent renovation, the improved acoustics of the auditorium and the historical setting of the site, I felt sorry not to be in a church again. Fortunately, I had a good seat close to the stage. It helped me to lose control of time again and end up in That Other World. The waving character of the interwoven melodies was visually visible throught the serene choreography I saw on stage. Singers who subtle wiggle, go through their knees, moving back and front, dynamically moving the scores in their hands,… How wonderful to see and hear that level of intensity.

They had chosen their last song well: the Totentanz or Dance Macabre ‘Petite Camusette’. It is about the young couple Robin and Marion who, on a walk in the forest, are chased by Death (‘Camusette’ or ‘Camuse’, as a personification). The song lasts barely 2:20 and is filled with canons (a compositional technique) whoses melodies nest like ear-wurms in the head.

A few days after the concert, Desprez appears to be doing his nickname ‘undead’ all credit, given that I don’t get that encore out of my head.

Tags

Music Review

Concert Review

Graindelavoix

Ghent Church

Josquin des Prez

Dance Macabre

Share on facebook
Share on twitter
Share on vk
Share on tumblr
Share on print
Share on email
  • Author

    Tom Plovie - Lokeren - © 22 januari 2022

  • Sources

    Luister muziekmagazine, nr. 758 (oktober 2021) – artikel over Josquin des Prez door Emanuel Overbeeke
    CD-boekje van Graindelavoix bij ‘Josquin, the Undead’, geschreven door Björn Schmelzer

  • Artist
    Graindelavoix
  • Links
    Video